Dag drie: Bulletproof

29 nov 2018

Marissa van Dijk

Leestijd 3 minuten

Dag drie: Bulletproof

Dag drie: bulletproof

Deel 2: 'Bulletproof'

Mijn vingers sluiten zenuwachtig het klittenband van het gele hesje wat ik draag. De hengsels van de met dekens gevulde tas snijdt in de huid van mijn schouders en ik ben blij dat ik wat voel.... Na een gesprek vanochtend met de directeur van Moria, beter bekend als het slechtste vluchtelingenkamp van Europa, mogen we naar binnen met de droomdekens. Net als gister in 'the jungle' zijn we verdeeld in 2 teams. Ik en Ebel Jan van Dijk horen samen met 4 jonge vrouwen bij het team Salam Aldeen. 
Pas later kom ik erachter dat ze niet ouder dan 16 zijn en sterk en dapper als de vrouwelijke helden waar de geschiedenisboeken al eeuwen over schrijven.

Binnen een paar seconden ontstaat er een gevecht, er wordt geschreeuwd, geduwd en dan is er een mes. Ik doe een stap achteruit en zie hoe de jonge man tegen de muur gedrukt wordt. Iemand roept om de politie. Na een paar minuten en veel handgebaren valt de groep uiteen en gaan we op pad.

Vuurtjes branden in smalle gangetjes en ik stap over rommel, ontwijk vurige ogen en grijperige handen. De dreiging hangt als de verstikkende rook van het plastic wat overal verbrand wordt in de lucht. We roepen om police-papers, bonken op isoboxen en delen droomdekens uit aan verdwaasde kinderen en leeuwen van moeders. Hier wordt overleefd ver voorbij het kantelpunt van menswaardigheid. Op de rug van het gele hesje wat ik draag staat 'Team Humanity' en de dunne gescheurde stof voelt als een kogelvrij vest. De agressie, angst, hopeloosheid en intimidatie waar we ons doorheen zwoegen kan ons door het respect die dit jonge team afdwingt niet beschadigen en uur na uur dringen we dieper door in de krochten van deze hel wat wij een geslaagde deal noemen.

Een klein handje glijdt in de mijne en in de stromende regen zak ik op mijn knieën. Ze is misschien vier jaar oud en laat me haar grootste schat zien, een doorzichtige glazen knikker. Het licht uit de felle bouwlamp breekt terwijl ze hem ronddraait tussen haar vingers. Ik knoop een gebroken parelmoeren knoopje dicht van wat ooit de mooiste jurk was van een kind in een veilig leven. Bruine ogen stralen wanneer ze de grote kleurrijke deken ziet die voor haar is.

De regen stroomt onophoudelijk en we gaan door en door en door. 1200 dekens verdwijnen in overvolle tenten, isoboxen en hutjes en ik hoop dat ze naast de zo nodige warmte ook iets van hoop mogen brengen. Ver na middernacht moeten we stoppen en in totale verwarring en stilte rijden we in onze bus weg uit de zwartheid van Moria.